De structurele mismatch tussen fysieke stromen en financiële stromen is niet branchespecifiek. Hij doet zich voor overal waar een fysieke eenheid — een pallet, een ton, een uur, een verhuurd activum — door meerdere partijen beweegt en bij elke node een factureringsmoment genereert. De drie onderstaande condities bepalen of de diagnostiek van toepassing is. Wanneer alle drie aanwezig zijn, is de lekkage vanaf dag één meetbaar.
Een fysieke eenheid beweegt door meerdere partijen. Elke overdracht genereert een aparte financiële transactie. De keten is langer dan twee partijen.
Fysieke ontvangst leidt niet automatisch tot correct financieel credit. Creditnota’s blijven openstaan, voorraadtellingen lopen uiteen met factuurregels, of de eindbalans is niet te reconciliëren.
Hetzelfde geschil, dezelfde discrepantie of bevinding wordt gelijktijdig door meerdere medewerkers verwerkt — zonder dat één van hen het weet. Meetbaar als FTE-overlast per betwiste eenheid.
| NACE | Sector | Structurele lekkage-trigger |
|---|---|---|
| E38 | Afvalbeheer & recyclingWaste management / Gestión de residuos / Abfallwirtschaft | Gewicht bij intake ≠ gewicht bij verwerking ≠ gefactureerde tonnage. Drie partijen, drie meetmomenten, structurele divergentie op €/ton-niveau. |
| N77 | Verhuur van roerende zakenRental of moveable assets / Alquiler de bienes muebles / Vermietung beweglicher Güter | Circulair poolingmodel: activum vertrekt, wordt gebruikt, komt terug — retour activeert niet automatisch het juiste credit. Elke ongematchte retour is een openstaande balans. Steigers, machines, industrieel gereedschap, medische apparatuur, palletpooling. |
| M69–71 | Zakelijke dienstverleningAccountancy / Legal / Technical advisory | Het uur is de fysieke eenheid. Bij fusies en integraties treedt structureel uurverlies op: uren worden dubbel geboekt, niet gefactureerd of verkeerd toegerekend. De Hidden Task Detector van GLO25 kwantificeert gelijktijdige afhandeling per dossier. Gemiddeld verdwijnt 12–18% van de declarabele uren tijdens integratiefases. |
| G46.46 | Farmaceutische distributiePharma wholesale / Apotheek- & ziekenhuisbevoorrading | Multi-party-keten fabrikant → groothandel → apotheek / ziekenhuis met geserialiseerde unit-tracking (FMD / EU 2016/161). Cold-chain-onderbrekingen, retouren van vervallen voorraad, batch-recalls en opiaatregisters genereren elk factureer- of creditmomenten die structureel afwijken van de fysieke beweging. Aftrekposten van zorgverzekeraars stapelen de kloof verder op. |
| C25 + C28 | Industriële maakindustrie & machinebouwMittelstand / Industrial manufacturing / Manufactura industrial | Multi-tier toeleverketen (sub-leverancier → tier-1 → OEM → eindgebruiker → service & parts) met een factureringsmoment bij elke overdracht. Garantie- en RMA-reconciliatie: een geretourneerd defect onderdeel matcht zelden automatisch met de garantiecredit, de leveranciersrecovery én de field-service workorder — de vier grootboeken lopen 4–9% van de netto-omzet uiteen. Leveranciersrebate-accruals worden dubbel afgehandeld tussen inkoop, finance en BU-controllers. Projectmarge versus ERP-marge op langlopende orders is vanaf dag één van de diagnose zichtbaar. |
| H49.4 + H50 | Weg- & zeevrachtLand & sea transport / Logística terrestre y marítima | Geladen gewicht, weegbrug-gewicht en gefactureerd gewicht lopen op land structureel uiteen. Op zee stapelen demurrage, containerretourkosten en gewichtsmismatch bij lossing versus laadpunt dezelfde kloof op. Bij multi-leg-routes accumuleert de mismatch per schakel in de keten. |
| H52.1 + H53 | Opslag, 3PL & express-logistiekWarehousing & courier / Almacenamiento y mensajería | WMS-voorraadtelling ≠ ERP-factuurregel. Dezelfde factureringseenheid als asset pooling (eenheid × dag). Acuut bij third-party logistics-operators met meerdere klanten per site, en bij koeriernetwerken waar de fysieke scanstroom ≠ factuurregel bij volumekortingen, retouren en B2B-afrekening — met dubbele claimafhandeling bij schade en verlies. |
| G46 | Groothandel (non-pharma)Wholesale / Comercio mayorista / Großhandel | Creditnota’s voor afgekeurde of beschadigde goederen blijven systematisch onverrekend bij multi-item gedeeltelijke retouren. Creditnota blijft openstaan; niemand is eigenaar. |
| NACE | Sector | Aanpassing vereist |
|---|---|---|
| F41–43 | Bouw & infrastructuur | Materiaalstroom per project vs voortgangsfacturering. Variaties en afkeur zijn de lekkagebron. Analyse op projectniveau, niet op transactieniveau. |
| C10–12 | Voedings- & drankenverwerking | Gewichtsverlies bij verwerking, retouren op houdbaarheid, bijproductafrekening. Leontief-matrix toepasbaar op grondstoffenbalans. |
| C20 | Chemische industrie | Batchgewijze facturering, opbrengstreconciliatie, lot tracking. Hoge complexiteit per stroom, maar methodologisch direct. |
| C21 | Farmaceutische industrie | Batchopbrengst-reconciliatie, QP-vrijgave, lot-tracking en serialisatieketen. Hoge GMP- en regulatorische complexiteit, maar de input-output-matrix sluit zuiver aan op stuklijst en yield variance — methodologisch direct zodra de dossierstructuur is gespiegeld. |
| K65 + K66.2 | Verzekeraars & assurantietussenpersonen | Schadeafhandeling is dé klassieke reconciliatielus — fysiek schade-event ≠ uitbetaalde schade ≠ salvage-recovery ≠ herverzekeringsrecoverable, vier partijen met een factureringsmoment per node. Hetzelfde dossier wordt gelijktijdig aangeraakt door claims, underwriting, debiteurenbeheer, compliance en recoveries. Aanpassing nodig omdat het operationele ruggengraat Guidewire / Sapiens / Tia is, niet Baan — de Leontief-matrix wordt gemapt op het claim-flow-grootboek, niet op de stuklijst. |
| K64.91 + K64.92 | Specialty finance & leasing | Multi-party servicing-keten: originator → servicer → SPV → investeerder → kredietnemer. Reconciliatieverschillen tussen servicer-rapport en SPV-grootboek clusteren rond fees, advances, recoveries en modifications — elk genereert een factureer- of accrual-moment dat niet schoon doorvloeit. Verborgen dubbele afhandeling bij collections, herstructurering en waterfall-accounting. Aanpassing: SPV-level Leontief-structuur met aparte residual-, rente- en fee-strands. |
| G47 | Retail | Reverse logistics: fysieke retour ≠ automatisch credit. Schaalbaar bij ketens met gecentraliseerde retourenverwerking. |
| D35 | Energieproductie & -distributie | Meterstanden vs verbruik vs facturering. Settlement-vertraging bij smart metering en grid balancing. Hoge regulatorische complexiteit. |
Elke sector hieronder heeft een baseline-EBITDA uit SEC-sectorcijfers en het ene pijnpunt waar de marge zich verbergt. Voeding hebben we volledig uitgewerkt — als voorbeeld van hoe diep de diagnose gaat.
Baseline 4.5% EBITDA. Ons model tilt dat met +153 bps (p50) richting ~6.0%, met een plafond van +202 bps.
DIRECTE BRON4.5% EBITDA · SEC-sectorbaseline (NACE C10)
AFLEIDING+153 bps (p50) → ~6.0% · plafond +202 bps
Het plafond van +202 bps is een modeluitkomst (AFLEIDING · GLO25-model), geen garantie.
meer sectoren in ontwikkeling
Uw sector staat op deze lijst. De drie condities zijn óf aanwezig óf niet — een gesprek van 20 minuten is genoeg om te bepalen welke. Geen pitch. Geen verplichting.
Stuur Gino direct een bericht →